Boekverslag : Marga Minco - De Val
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2091 woorden.

Handelingsschema van ´´De Val´´, Marga Minco

Baltus Verstrijen Carla

Frieda Borgstein Gerrie Baltus Verstrijen Jacob kinderen

Rena van Straten Bien Hijmans

Bien, Frieda

Jacob kinderen

Baltus, Verstrijen, Kennis van Baltus

De Salamander

Bejaarden tehuis,

Uiterwaardenstr.

Bejaarden tehuis

Bejaarden tehuis

Uiterwaardenstr.

´s Morgens even over acht

´s Morgens halfacht tot halfnegen.

10 over halfnegen

Iets na 10 over halfnegen

´s Ochtends

Baltus en Verstrijen, twee monteurs moeten erg vroeg weg voor een klus. ´s Nachts heeft het zwaar gevroren. Ze gaan eerst naar de Salamander en zijn daar erg bot tegen de serveerster. Baltus heeft grote ruzie met zijn vrouw gehad. Een jongen van de stadspost vragen of hij mee mag rijden.

Frieda wordt gewekt en staat meteen op. Het opstaan doet pijn. Morgen nam ze een douche, kleedde ze zich netjes aan, ging ze naar de kapper. Vandaag moet er worden voorbereidt. Ze denkt aan haar man en kinderen die in de oorlog omgekomen zijn. Gerrie brengt het ontbijt. Buiten komt een wagen voorrijden.

De gasten voor het bejaarden tehuis bellen dat ze een half uurtje eerder komen. Rena vindt het niet kunnen, Bien Hijmans de vrouw achter de keuken van het tehuis kan alles wel klaar krijgen. Rena en Bien overleggen over Frieda´s plannen voor haar verjaardag plannen: Als het haar allemaal maar niet teveel wordt.

Frieda heeft aan haar gezin bij het uitzoeken van haar kleren. Ze zouden in de oorlog gevlucht zijn uit Nederland, maar door een lek ergens of door stom toeval is haar gezin opgepakt door de Duitsers toen zij naar boven liep voor een vest voor haar dochter. Als ze naar beneden loopt struikelt ze op de trap. Daardoor is ze niet beneden als de Duitsers langskomen.


Baltus maakt praatje met ex-collega. Verteld over ruzie met z´n vrouw.

Hij pompt met Verstrijen de put leeg en ze gaan dan naar de volgende put. Ze eten en drinken en eten wat in de Volkswagen bus Verstrijen kijkt naar het bejaarden tehuis en concludeert dat ze daar niet aangestoten zijn op de centraleverwar- ming. Ze gaan snel verder, sneeuw op komst.


Ben Abels, Bien Frieda Jacob

Meneer Marks Groningse Selma Rena Joep Louis

Frieda, Marks Jacob

Frieda Bien Rena Marks Mevr. Krijger Jacob kinderen

Baltus Verstrijen

Bejaarden tehuis

Bejaarden tehuis

Bejaarden tehuis

Bejaarden tehuis

Op straat (Uiter- waardenstraat)

´s Ochtends

Rond tien uur

Na tien uur

Na tien uur

Kwart voor elf

Frieda vraagt zich af of ze alles voor haar verjaardag wel goed doet. Bien is zeer positief over haar plan- nen. Ze moet nog naar de bakker en even langs bij de kapper. Bien waarschuwt voor de kou buiten. Ben zegt het ook tegen haar. Frieda nodigt ben uit voor de koffie morgen, Ik wordt morgen 85, hou het even voor je. Ben: Geen woord

Marks praat met Frieda over de 2 monteurs: Heeft u ze bezig gezien? Frieda: Ik kijk daar overheen. Makrs heeft Frieda ooit ten huwelijk gevraagd. Niks geworden. Marks: Mij krijgen ze met geen stok de deur uit. Rena deelt vervroegd bezoek van Zweedse gasten aan de oudjes. Rena als ze Frieda ziet om naar buiten te gaan: U bent vandaag de enige. Ze probeert iemand mee te laten gaan. Frieda: Ik ga altijd allen.



Dat doe ik altijd.

Baltus moet nog naar de sociale dienst. Ze zitten in VW-busje. Verstrijen: Waar heb je de hekken gelaten?

Staan al in de bak.

Die hebben we toch nodig?

Welnee, bij deze put niet.

Baltus gaat naar het toilet bij het GEB.

Verstrijen: En die put dan?

Jij staat er toch bij.

Verstrijen heeft er al geen zin meer in vandaag.


Frieda Koerier Bien Rena Carla Ben Abels

Frieda Versrijen omstanders

Marks Carla Omstanders Koerier Frieda

Bewoners tehuis, Rena Gerrie Bien Frieda

Ben Rena Oudje Baltus Verstrijen GGD-personeel Frieda

In en voor het bejaardentehuis

Voor het bejaardentehuis

Voor het bejaardentehuis

In het bejaardenhuis

Begraafplaats in en voor tehuis

Twaalf voor elf

Tegen elfen

Tegen elfen

Rond elf uur

Rond elf uur/ dag van de begrafenis

Frieda verlaat het bejaardenhuis erg veel wind buiten. Als ze oversteekt valt ze bijna door een rukwind. Moest ze voor of achter de bus langs? De wind stuurt haar links achter de bus langs. Koerier van Stadspost rijdt door straat. Bien loopt te haasten voor het eten. En tegen Rena: Borgstein is er toch uit gegaan. Rena: Ik had haar na willen kijken, doe ik altijd. Ben wilde haar brengen. Carla valt op Verstrijen en loopt naar de Uiterwaardenstr.

Frieda ziet achter de bus de dampende put en denkt dat ze er makkelijk langs kan. Misschien had ze zich verkeken of is ze gestruikeld, en ze is in de put ge-vallen. Verstrijen hoorde een kreet en begreep meteen water aan de hand was. Renend besefte hij dat er geen hekken hadden gestaan. Baltus was er nu niet, hij zou het hem nooit vergeven. Hij klom gelijk omlaag. Hij kreeg een arm te pakken, maar moest het lichaam los laten. Huilend kwam hij uit de put. Daar voelde hij pas de pijn. De brandweer!! Die was onderweg.

Normaal zitten de oudjes op dit moment voor het raam, maar niemand had het gezien. Ook Marks niet, die zag later een drom mensen op straat staan: Misschien een bedrijfsongeval. Waar bleef de politie? Hij zag ook een vrouw (Carla) rennen. Het werk van de koerier schoot niet op toen hij eindelijk verder ging hoorde hij sirenes en zag een brandweer-wagen. Gaat kijken, en wordt in zijn haast bijna geschept door een auto (later blijken dit de Zweedse gaten te zijn). Hij ziet dat er iets bij de monteurs is.

Rena moet naar boven en neemt de trap. Halver-wege hoort ze een gillende stem van Gerrie. Het verontrustte haar. Er gingen deuren open, gestommel, geloop, bellen rinkelen. Gerrie stond voor het raam in de ontvangstzaal. Het was alsof je halverwege een film inspringt, zwaailichten, ladders, touwen, brandweer. Ook Rena en Bien stonden voor het raam. Ik heb de hele morgen een voorgevoel gehad.

Abels hoorde op straat dat er een vrouw in een put was gevallen. Ze lag nu in een zijl op de grond, haar gezicht onher-kenbaar. Hij pakte haar tas. Baltus: Daar gaat ie mijn maat tweede graads brandwonden heeft ie, en niemand heeft een poot naar hem uitgestoken. Stikken laten ze je godverdomme.

De GGD neemt Verstrijen mee. Binnen geeft Abels de tas af en doet verslag aan het personeel Ik heb haar nog zo gewaar-schuwd. Rena: Ze was niet te hou-den. Oudje: Ach is Frieda in een putje gevallen? Ze bekijken de tas en doen hem weg


Hein Kessels Ben Abels Frieda (en gezin)

Begraafplaats

Dag van de begrafenis

Politie begeleid stoet naar begraafplaats. Hein beschrijft precies aan Abels wat en hoe er iets is mis gegaan op

21 april 1943, bij de vluchtpoging van Frieda en haar gezin. Abels: Waarom heb je dit niet tegen Frieda vertelt?

Hein wilde het vlak na de oorlog doen, maar durfde het niet. Daarna heeft hij het laten zitten. Hij weet ook niet waar de lek heeft gezeten. Als de kist wordt begraven probeert een lijster het geluid te overstemmen.



De cursief gedrukte namen in de bovenste balk van het schema komen in gedachte voor, maar zijn op dat moment niet aanwezig, ze zijn dan al gestorven.

De cursief gedrukte zinnetje in het wat-gedeelte van het schema zijn uitspraken van personen.



Beschrijving van ´De Val´, Marga Minco



Ik vind het een ontroerend boek, het is vreselijk wat er gebeurd is in de Tweede Wereldoorlog, en je ziet hier goed wat een gevolg ervan kan zijn. Frieda sluit zich zo ongeveer op in zichzelf. Je ziet goed hoe iemand met de oorlog verder leeft. Ik vond het een erg moeilijk te lezen boek.

Het gaat van de straatwerkers naar het bejaardenhuis, daar zitten nog een stel perspectieven, ik kon het moeilijk uit elkaar houden.

Het is zeker geloofwaardig wat er geschreven wordt, al is het niet echt gebeurd, het zou zo zeker gegaan kunnen zijn.

Het heeft weinig indruk op mij gemaakt, mede omdat ik het nog niet helemaal begrijp. Het bittere kruid heeft veel meer in me los gemaakt. Maar daar kreeg ik ook erg veel infoformatie bij door de leraar waarmee we het boek besproken hadden.

In hoofdstuk 11 gaan de vertelperspectieven 4x in elkaar over op 4 bladzijdes, van een beschrijving van Frieda die de straat op gaat naar de koerier van de Stadspers, dan gaat het over Bien Hijmans en daarna nog over Ben Abels. Die laatste 2 kon ik al helemaal moeilijk uit elkaar houden.

Ik had het boek nog niet goed begrepen na het lezen, daarom heb ik er een handelingsschema bijgemaakt. Daarin zie je duidelijk dat de tijd zeer nauwkeurig wordt aangegeven, tijden als 10 over halfnegen, twaalf voor elf.



Tijd

Het verhaal is niet chronologisch, er zijn vele flashbacks, vooral na de oorlog. Voor Frieda telt iedere dag nog het moment van 21 april 1942, toen ze haar familie verloor. Bij een inval door de Duitsers was zij door toeval niet beneden in de gang waar ze klaar stonden om te vluchten.

De gebeurtenissen gaan wel door elkaar heen. De monteurs beginnen het boek, één hoofdstukje en daarna gaat het kriskras over naar Frieda, Rena Verstrijen en Abels Ben. Het kan vaak erg verwarrend zijn daardoor.
Er zitten ook flashforwards in, er wordt vooruitgewezen op het ongeluk dat gaat komen. Iedereen maakt zich zorgen om Frieda etc.

De vertelde tijd is een paar dagen, vanaf de dag van het ongeluk tot de begrafenis. De vertel tijd is 57 bladzijden onder verdeeld in 16 ongenummerde hoofdstukken.

Iets over Marga Minco zelf

Marga Minco werd geboren op 31 maart 1920 in Ginneken. (Breda). Haar voornaam was toen nog (Sara). Ze was in het katholieke Breda een beetje een buitenbeentje omdat haar ouders joods waren. Na haat opleiding aan de "Nutsschool voor meisjes" in 1938 leerling-journaliste bij de plaatselijke krant.
In die tijd wilde ze al graag schrijfster worden. In de krant schreef ze vooral recensies over films en toneelstukken. Later ontmoette ze Bert Voeten. Bert was dichter en verslaggever bij de concurrerende krant.

In mei 1940 de dag na de capitulatie van Nederland werd Marga ontslagen.
In 1941 verhuisde samen met haar ouders naar Amersfoort. Kort daarna ging ze op een joodse lagere school in Amsterdam tekenlessen geven.
In 1942/43 werd haar naaste familie weggevoerd door de Duitsers. Marga overleefde de oorlog door steeds op verschillende plaatsen onder te duiken.

In 1946 trouwde ze met Bert Voeten. Ze was zo gewend geraakt aan haar onderduiknaam "Marga" dat ze die maar als echte naam hield.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen